FOLKLORE IN DE RUSSISCHE CULTUUR

Verschillen in definitie en perceptie

drs. B.Th. Lohmann

1. Inleiding

 1.1 Verbazing en verwondering

Toen schrijver dezes ruim een kwart eeuw geleden Russisch ging studeren aan de universiteit, had hij al een zeer bescheiden verzameling Russische volksmuziek en volkskunst aangelegd. Eenmaal op de universiteit bleek hij met zijn belangstelling voor Russische folklore alleen te staan: onder de medestudenten was er niemand die enige affiniteit, laat staan enige kennis had van de Russische volkscultuur. Men had de klassieken gelezen, men kende de grote componisten, enkele kunstenaars, meestal uit de avantgardistische periode, en daarmee werd het beeld van de Russische cultuur dat men had feitelijk volledig geacht. Twee keer hebben docenten een Russisch volkslied laten horen aan hun studenten en beide keren vond dit geen enkele weerklank.

Nadien is de auteur menig maal geconfronteerd met de verbazing van veel Nederlanders, goed thuis op het gebied van kunst, cultuur en literatuur, over de rol die folklore in Rusland speelt in het algemeen en in de Russische cultuur in het bijzonder. Nederlanders blijken verwonderd te zijn als ze in Russische musea klederdrachten en gebruiksvoorwerpen uit het boerenleven van weleer als kunst tentoongesteld zien staan.*1 Men vindt het opmerkelijk dat er aan Russische conservatoria speciale opleidingen zijn voor volkszang en volksmuziek. En inderdaad: hoeveel baletten en opera’s zijn er niet, gebaseerd op sprookjes, gelardeerd met allerhande elementen uit de Russische volkscultuur, voorzien van muziek van wereldberoemde componisten, die hun inspriatie voor een deel uit de volksmuziek hebben geput? Hoeveel volksliederen zijn er wel niet bewerkt en gearrangeerd door diezelfde vermaarde componisten? Hoeveel monumentale schilderijen zijn er wel niet gemaakt door de grote meesters van het Russische 19e-eeuwse realisme met volkssprookjes als thema?*2 En hoe onbekend blijkt die wereld van de Russische volkscultuur tegelijkertijd te zijn.

 In het Groninger Museum is van 15 december 2007 tot 6 april 2008 een tentoonstelling geweest met als thema “Sprookjes, volksverhalen en legenden uit de Russische schilderkunst van de 19de en de 20ste eeuw”. Deze tenstoonstelling heeft veel publicitaire ondersteuning gehad, niet in de laatste plaats door het Groninger Museum zelf. Op de website van het museum wordt de Nederlandse bezoeker geattendeerd op de rol van sprookjes in de Russische cultuur:

“Voordat het thema van sprookjes en legenden in de schilderkunst werd geaccepteerd, had het al een volwaardige plaats verworven binnen de literatuur.”

 “Invloedrijke componisten en kunstenaars hebben ze (sprookjes – BL) uitgebeeld en ze daarmee diep verankerd in de Russische cultuur.” *3

Ondanks deze uitspraken die zijn gedaan door het Groninger Museum in het kader van deze tentoonstelling, bleven kennissen en vrienden vragen: hoe kan folklore zo’n grote rol spelen, zo veel betekenis hebben voor de Russische cultuur? Behoren sprookjes niet tot een voorbije cultuurperiode van een volk? Hoe kan het dan dat de Russen hun sprookjes nog niet ontgroeid zijn?

Men lijkt moeite te hebben met het duiden van die heel andere status van folklore, al is het maar, omdat folklore in Nederland een dergelijke betekenis en actualiteit voor de cultuur eenvoudigweg niet heeft. Indien dit wel het geval zou zijn, zou men immers verwachten, dat de Russische folklore en de rol die hij speelt principieel anders beoordeeld zou worden. Als men folklore tegemoet treedt, doet men dat onbewust vanuit een Nederlandse context, wat in veel gevallen resulteert in een eerder negatieve waardering van folklore en daarmee ook van de rol van volkskunst in de Russische cultuur, zeker als die volkskunst wordt gepresenteerd als zelfstandig cultuurfenomeen.

Dit kan wellicht verklaard worden door de omstandigheid dat binnen een Nederlandse context aan folklore dikwijls het etiket kleeft van iets oubolligs, folklore is iets voor hobbyisten, iets voor demonstraties van oude ambachten voor toeristen, Volendamse toeristenkitsch, enz. De samenstellers van bovengenoemde tentoonstelling zijn zich er terdege van bewust geweest dat een prominente plaats van folklore in de cultuur vanuit een Nederlands perspectief alles behalve vanzelfsprekend is en het Nederlandse publiek wordt hier dan ook expliciet op gewezen:

De Russische cultuur is veel meer doordrongen van de volkssprookjes dan de onze. Uitdrukkingen die daaraan refereren worden veel gebruikt en bovenal is het een belangrijke en alom gebruikte bron. Ook Patty Wageman vermeldt als conservator van het Groninger Museum dat het onderwerp Russische sprookjes in het westen waarschijnlijk onbekend is omdat het 'vanuit 21ste eeuws perspectief niet als serieus wordt beschouwd. “Europese kunstenaars verkozen het alternatief van Griekse mythen om serieuze verhalen te vertellen. Voorbeelden daarvan zijn veel eenvoudiger in de westerse kunstgeschiedenis te vinden.*4

De volkssprookjes maken onderdeel uit van de volkscultuur, en die is niet populair. Lange tijd werd dat in Nederland als suf afgedaan, ik zag tenminste zelden vol trots een klompendans aangekondigd worden. Ook dat tij is aan het keren, mondjesmaat komen wel degelijk elementen uit de volkscultuur in de beeldende kunst terecht (…).”*5

1.2 Probleemstelling

Waarom lijkt men zich aan Nederlandse zijde zo weinig met folklore te vereenzelvigen, een omstandigheid die zich niet zelden uit in een oordeel dat eerder negatief dan positief uitvalt? In deze lezing zal getracht worden een verklaring hiervoor te vinden en om de positie die de folklore in de Russische cultuur heeft te verklaren vanuit de specifieke kenmerken van de Russische folklore.

2.0. Definitie en perceptie vanfolklore

Definities en percepties van folklore kunnen verschillend zijn. Het is in dit verband buitengewoon verhelderend om definities van folklore uit Nederlandse en Russische woordenboeken en encyclopedieën tegenover elkaar te plaatsen omdat uit diezelfde definities de opvatting en beleving van folklore dan wel volkskunst zou kunnen blijken. In dit verband is bewust gekozen voor die bronnen, die omschrijvingen hanteren die gedetailleerder zijn dan “mondelinge volksoverleveringen;” zulke definities zijn in zowel Russische als niet-Russische bronnen te vinden, waartoe behalve Nederlandse ook Franse, Duitse en Engelse kunnen worden gerekend. Wat evenwel opvalt is dat juist veel Russische bronnen de meest uitgebreide en de meest ruime definities geven.

Als Nederlandsetalige bronnen voor definities zijn hier gebruikt het “Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal”, veertiende editie (hierna te noemen: de Grote Van Dale) en de Nederlandse Wikipedia. Als Russische bronnen worden gebruikt het “Nieuw encyclopedisch woordenboek” en de Russische Wikipedia.*6 Om niet in herhaling te vervallen zijn er hier twee Russische en twee Nederlandse definities geselecteerd; de andere definities vallen grotendeels samen met de hier gepresenteerde.

2.1. Definities van folklore:

2.1.1. Nederlandse definities

I. Het “Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal” geeft de volgende betekenis vanfolklore:

de gezamenlijke oude zeden en gebruiken, volksoverleveringen, het bijgeloof en de vooroordelen als volkscultuurverschijnsel

II. Nederlandse Wikipedia:

Folklore is de verzamelnaam voor alle verhalen, liederen en liedjes, gebruiken en ambachten die nog wel bekend zijn, maar niet algemeen worden verteld, gezongen, gedaan of worden uitgeoefend. Folkloristische verhalen zijn bijvoorbeeld de overleveringen en de sagen. Folkloristische gebruiken zijn bijvoorbeeld het ringsteken, het polsstokverspringen, het midwinterblazen en het maken van paasvuren. Folkloristische ambachten zijn bijvoorbeeld die welke op een markt voor oude ambachten worden gedemonstreerd, zoals het vlechten van manden en bijenkorven en het (niet-machinaal) maken van klompen.

2.1.2. Russische definities

III. Nieuw encyclopedisch woordenboek:

Folklore is volkskunst, meestal vooral oraal; de gezamenlijke creatieve activiteit van een volk, waarin zijn leven, zijn levensbeschouwing, levensgevoel en idealen worden weerspiegeld; dingen die door een volk zijn geschapen en die betekenis hebben in zijn alledaagse bestaan, zoals poëzie (overleveringen, liederen, schertsliedjes, grappen, sprookjes, epos), volksmuziek (liederen, instrumentale muziek en toneelstukken), theater (drama’s, satirische toneelstukken, poppentheater), dans, architectuur, beeldende en decoratieve toegepaste kunst. Sommige onderzoekers rekenen ook alle vormen van niet-professionele kunst tot de folklore (amateurkunst, waaronder ook volkstoneel).

IV. De Russische Wikipedia:

De Russische Wikipedia neemt bovenstaande bron bijna letterlijk over, maar voegt twee wezenlijke punten toe:

a. […] De creativiteit van een volk vindt haar oorsprong in oude tijden en wortelt daarmee, historisch gezien, in de wereldcultuur. Het scheppende vermogen van een etnos is de bron van nationale artistieke tradities, het is het middel waarmee het zelfbewustzijn van een volk wordt uitgedrukt.

b. Het is moeilijk een precieze definitie te geven van “folklore” omdat volkskunst niet statisch en onveranderlijk is. Folklore bevindt zich constant in een ontwikkelingsproces. Zo kunnen volksliederen worden uitgevoerd in een arrangement met moderne instrumenten met hedendaagse thema’s, er kunnen nieuwe sprookjes ontstaan met moderne thema’s, volksmuziek kan worden beïnvloed door rock ’n roll, hedendaagse muziek kan elementen van volksmuziek in zich opnemen, beeldende en toegepaste volkskunst kunnen worden beïnvloed door grafische computerkunst, enz.

2.1.3. Wel of geen onderscheid tussen folklore en volkskunst

Het eerste wat opvalt is dat in de Russische definities er geen onderscheid gemaakt wordt tussen folklore (gebruiken, overleveringen, bijgeloof e.d.) enerzijds en volkskunst anderzijds. In de Nederlandse definities, zeker in de Grote Van Dale, wordt dit onderscheid wel gemaakt. Als volkskunst niet valt onder folklore, is het in de context van dit betoog relevant ook te kijken naar de defintie die de Grote Van Dale van “volkskunst” geeft:

het voortbrengen van –, resp. wat voortgebracht wordt aan esthetisch waardevolle voorwerpen door het volk, soms met de bijgedachte aan iets naïefs, iets primitiefs

3.0 Analyse van de definities

Deels vallen de definities samen, maar de omschrijvingen verschillen duidelijk qua diepgang en reikwijdte. Wat opvalt aan de omschrijvingen uit de Grote Van Dale is dat ze niet alleen kort en zakelijk zijn, maar dat ze woorden bevatten als bijgeloof en vooroordelen – begrippen die geen positieve connotatie hebben. In de definitie van “volkskunst” gebruikt de Grote Van Dale de woorden naïef en primitief – niet gekoppeld aan kunst (“naïeve kunst” en “primitieve kunst” hebben op zich geen pejoratieve bijklank), in welk geval ze een neutrale betekenis zouden hebben, maar deze termen staan op zichzelf en daarmee zijn er wederom twee termen gebruikt die eerder een negatieve dan een positieve bijklank hebben, waarmee het eerder genoemde “esthetisch waardevolle voorwerpen” enigszins lijkt te worden ontkracht. De definities die de Nederlandse Wikipedia geeft is weliswaar uitgebreid, maar is dat hoofdzakelijk door haar vele zeer concrete voorbeelden.

De definities uit de Russische bronnen staan in schril contrast met de Nederlandse. Hier treft men begrippen aan als creativiteit, weerspiegelde levensbeschouwing en idealen. Volkskunst heeft, zo wordt gesteld, betekenis voor een volk in zijn alledaagse bestaan. Folklore beslaat een veelheid aan sferen: theater, architectuur, beeldende en decoratieve toepaste kunst worden nadrukkelijk genoemd – allemaal termen die in Nederlandse definities afwezig zijn. Vanuit een Russisch perspectief is folklore een verschijnsel met een zekere diepgang, folklore wordt zonder meer in een brede cultuur-historische en kunsthistorische context geplaatst en heeft welhaast filosofische dimensies. De omschrijving uit de Russische Wikipedia legt een expliciet verband tussen de volkskunst enerzijds en de wereldcultuur en nationale artistieke tradities anderzijds.*7 Een ander wezenlijk punt is dat folklore nadrukkelijk als iets levends, iets actueels wordt gezien: volkskunst heeft betekenis voor een volk in zijn alledaagse bestaan, folklore is niet een afgesloten iets uit een voorbije cultuurperiode dat uitsluitend het domein is van liefhebbers en etnografen. In dit verband is het opmerkelijk dat de kwalificatie oud in geen enkele voor handen zijnde Russische definitie voorkomt, hoewel veel zaken uit de Russische volkscultuur zonder meer uit een voorbij tijdvak stammen.

Het verschil in definities toont ondubbelzinnig aan hoe groot het verschil tussen opvatting van folklore is in de Nederlandse en in Russische cultuur. Aan Russische zijde zijn er andere dimensies, is meer diepgang, volkskunst heeft een aanzienlijke reikwijdte in ruimte en tijd.

In een poging duiding te geven aan dit aangetoonde onderscheid rijst de vraag of de Nederlandse folklore enerzijds en de Russische anderzijds hetzelfde zijn en er alleen een verschil is in benadering en definitie of dat het verschil in perceptie in verband kan worden gebracht met een wezenlijk anders-zijn van beide volkskunsten. Anders geformuleerd: is er aan beide kanten slechts sprake van “Volendamse toeristenkitsch” en wordt deze aan Russische zijde om welke redenen dan ook een betekenis en status toegedicht die buitenproportioneel en daarmee onrechtmatig is of zijn er omstandigheden die de opvallende rol van folklore kunnen verklaren? Om een antwoord op deze vraag te krijgen zal nader in moeten worden gegaan op de aard van de Russische volkskunst in de breedste zin van het woord.

4.0. Eigenschappen van Russische folklore

4.1. Enkele voorbehouden

Alvorens in te gaan op de eigenaardigheden van de Russische folklore dienen er enkele voorbehouden worden gemaakt.

1. Met Russische folklore wordt binnen het kader van deze verhandeling bovenal authentieke folklore bedoeld. Men moet zich realiseren dat de Russische folklore zoals die zich nu manifesteert in de vorm van souvenirs, dans- en zanggroepen e.d., een sterk gestyleerd, om niet te zeggen geprofaneerd aftreksel is van de authentieke folklore die inmiddels ook voor verreweg de meeste Russen terra incognita is. Zo hebben de kostuums waarin koren en zang- en dansgroepen optreden weinig meer te maken met het authentieke Russische volkskostuum en doen souvenirs, hoe kunstig ook gemaakt, alleen bij benadering denken aan authentieke toegepaste of decoratieve volkskunst.

2. De Russische folklore is in de Sovjet-periode veelvuldig gebruikt voor propagandistische doeleinden. Folklore werd nadrukkelijk gepresenteerd als iets van het volk omdat folklore per definitie ideologisch niet gediskrediteerd was. Folklore werd gepolitiseerd en om die reden door velen afgewezen. Deze omstandigheden lijken voor velen in Rusland een onbevangen kijk op folklore voor altijd onmogelijk te hebben gemaakt. Het is in deze periode dat de folklore verregaand gestyleerd en geprofessionaliseerd werd – en wel in negatieve zin: door een teveel aan perfectionisme verwerd folklore vaak tot iets obligaats en levenloos. Veel van wat nu is te zien en te beluisteren is een voortzetting van die school, hoewel er ook koren en kunstenaars zijn die, met wisselend succes, proberen terug te keren naar een authentieke stijl. In dit verband dient er op gewezen te worden dat de oorzaak van het aanzien van de folklore in de Russische cultuur niet gezocht kan worden in de rol die hij toebedeeld kreeg tijdens het Sovjet-bewind. Ironischerwijze is het Sovjet-regime, met zijn officiële positieve waardering voor folklore, juist verwoestend geweest voor de traditionele boerencultuur (men denke aan de rigoureuze collectivisatie van de landbouw, aan de industrialisering, aan een negatieve houding t.o.v. het verleden die gecultiveerd werd). De inzet van folklore door het Sovjet-regime voor propagandische doeleinden worden in dit betoog derhalve buiten beschouwing gelaten.

4.2. Kenmerken van de Russische folklore

Bij het bespreken van de kenmerken en eigenaardigheden van de Russische folklore dient een derde voorbehoud te worden gemaakt. Vele zaken die hier genoemd worden gelden in meerdere of mindere mate eveneens voor de volkskunst van andere volkeren, binnen Europa komen in dit verband met name Midden-Europa en de Balkan in beeld. De invloed van de folklore is, bijvoorbeeld op het gebied van de muziek, in veel Midden-Europese landen een algemeen bekend feit. Men denke daarbij voor Tsjechië aan de muziek van Bedřich Smetana (1824 – 1884) en Antonín Dvořák (1841 – 1904) en voor Hongarije aan de destijds baanbrekende composities van Béla Bartók. Voorts dient in dit verband gewezen te worden op de hoogontwikkelde zangcultuur in Bulgarije die veel bekendheid heeft gekregen door het koor “Le mystère des voix bulgares.”

Los van dit gegeven staat geen enkele volkscultuur op zichzelf omdat in folklore algemeen menselijke waarden hun uitdrukking vinden. Dit laat echter niet onverlet dat elke folklore tegelijkertijd iets onmiskenbaar eigens heeft. Het is voor dat onmiskenbaar eigene waarvoor hier aandacht gevraagd wordt.

4.2.1 In Rusland was folklore niet aangetast door de moderniteit en oorspronkelijk gebleven

Men dient zich te realiseren dat de Russen bij uitstek een volk zijn van landbouwers en dat deze omstandigheid hun wereldbeschouwing en cultuur diepgaand beïnvloed heeft. Een bijzonderheid hierbij is dat minder dan honderd jaar geleden de meeste Russen nog deel uitmaakten van de boerencultuur: tot 1917 leefde circa 85% van de Russische bevolking op het platteland, een aanzienlijk hoger percentage dan in veel West-Europese landen. In veel West-Europese landen had de moderniteit eind 18e eeuw reeds haar intrede gedaan en had daar allerlei veranderingen in samenleving en cultuur gebracht. Rusland bevond zich in een andere situatie: de enorme afmetingen van het land, die ook in onze dagen tot de verbeelding blijven spreken, in combinatie met specifieke historische en sociaal-maatschappelijke processen, maakten dat allerlei moderne ontwikkelingen met aanzienlijke vertraging waren doorgedrongen tot de bevolking of haar nog nauwelijks hadden bereikt. Verschijnselen die zo kenmerkend zijn voor het moderne tijdperk als industrialisatie, kapitalisme, verstedelijking, rationalisme en het afkalven van religie zouden in Rusland pas in de jaren ’20 en ’30 van de 20e eeuw hun invloed doen gelden en zouden en land en volk ingrijpend veranderen. Deze omstandigheid maakte dat de op zich al conservatieve boerencultuur heel lang stabiel bleef en daarmee haar eigenheid en oorspronkelijkheid had behouden.

4.2.2 De Russische folklore was alomvattend

Tot in de 20e eeuw had Rusland een wijdverbreide en nog heel vitale boerencultuur met eeuwenoude tradities die elders in Europa, juist als gevolg van de opgang van de moderniteit, aan het eind van de 19e eeuw goeddeels verloren waren gegaan. Het leven van de mens was doordesemd met rituelen: of het nu ging om seizoensgebonden activiteiten in de landbouw, om geboorte, uithuwelijking of bruiloften, alle gebeurtenissen werden begeleid door een veelheid aan vaste rituelen en liederen. De boerencultuur omvatte nadrukkelijk alle sferen van het leven: kleding (schoeisel, kledingstukken, hoofdtooien met verfijnd borduurwerk en applicaties als gouddraad en zoetwaterparels), architectuur (verscheidenheid aan typen huizen, graanschuren, kapellen, kerken, vaak rijkelijk voorzien van houtsnijwerk van niveau), toegepaste kunst (gebruiksvoorwerpen: meubels, keramiek, majolica, kisten, dozen van berkenbast, spinnewielen, weefgetouwen, hamen, sleeën, hooivorken, deuren, enz. – alles werd gedecoreerd), zang (een veelheid aan genres, zeer hoog ontwikkelde en gecompliceerde polyfonie met al even gecompliceerde improvisatiecultuur; veel Russische componisten hebben daar materiaal en inspiratie uitgehaald), sieraden, dans, oude heldensagen (bylina’s) die zowel tot de folklore als tot de Oud-Russische literatuur worden gerekend, sprookjes, spreekwoorden, enz. Er bestaan zelfs iconen die door boeren geschilderd zijn. Men kan zonder meer stellen dat zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht de volkscultuur een zeer brede laag was van de Russische cultuur überhaupt.

4.2.3 Extra authenticiteit door autarkie van de boerenbevolking

Daarbij moet nog in aanmerking worden genomen dat verreweg de meeste Russische boeren hoegenaamd zelfvoorzienend waren: heel veel van alles wat die volkskunst voortbracht werd bijgevolg ook nog eens gemaakt van eigen, natuurlijke materialen (eigen wol, linnen, hout, leer, verf, velen maakten zelf aardewerk, majolica, smeedijzeren voorwerpen), wat aan de oorspronkelijkheid van die folklore een extra dimensie gaf.

4.2.4 Esthetisch bewustzijn: volkskunst als voortzetting van de natuur

Zoals gezegd leefde de meerderheid van de Russische bevolking op het platteland en hield ze zich in leven door de landbouw. Men leefde in de natuur, met de natuur en door de natuur. Deze objectieve omstandigheid ontlokte aan een Moskouse kunstkenner de uitspraak “volkskunst is een voortzetting van de natuur.” De vormen die in de natuur voorkwamen en waarmee men voortdurend geconfronteerd werd, bepaalden logischerwijs het esthetische bewustzijn van het volk; deze vormen kwamen, getransformeerd en geabstraheerd in het bewustzijn, tot uiting in onder meer de vormgeving en decoratieve kunst. Soms werd in de decoratieve kunst zelfs half-abstracte of abstracte vormen bereikt. Deze op de vormen uit de natuur geïnspireerde kunst had, juist omdat het een voortzetting van de natuur was, een bepaalde innerlijke kracht, een zekere positieve lading.

4.2.5 Relicten van mythisch bewustzijn

De archaïsche trekken van de Russische folklore komen in het bijzonder tot uiting in een specifieke psychologie, die door een aantal filosofen en antropologen*8, onder wie de Franse filosoof en epistimoloog Georges Gusforf, “mythisch bewustzijn” genoemd wordt. Dit mythische bewustzijn is nu alleen nog aanwezig bij primitieve volkeren, maar in oeroude tijden was het kenmerkend voor de hele mensheid. Het gaat hier om een voorstelling en ervaring van de werkelijkheid die nog niet aan de controle van de rede onderworpen zijn en waarbij de mens zichzelf niet onderscheidt van zijn omgeving, c.q. de natuur en alle elementen daarin. Er is voor de primitieve mens geen andere wereld waar tegenover de mens zichzelf moet bevestigen of van waaruit de mens zich zou moeten doen gelden. De mens ziet zijn bestaan geprojecteerd in de vormen van de uiterlijke werkelijkheid en indentificeert zich met die vormen; dit verschijnsel wordt aangeduid als participatie. Deze participatie, aldus de filosofen, komt tot stand door een mythe die de mens noch kan formuleren, noch kan begrijpen, maar die hij desondanks leeft. De wijze waarop in sprookjes, maar vooral in volksliederen de natuur omschreven wordt, laat vaak aanwijsbare relicten zien van dit mythische bewustzijn: mens en natuur zijn nog half in elkaar geïncarneerd, wat het bijvoorbeeld mogeljk maakt dat de focalisatie op een dier wordt overgebracht. In veel liederen wordt er een affectieve houding t.o.v de natuur gedemonstreerd en wordt ze tegemoetgetreden als een levend wezen dat hoort, ziet, spreekt, en voelt als een mens. Dit alles bracht een volkspoëzie voort die als bijzonder lyrisch kan worden gekwalificeerd en die haar lyrische karakter bovenal uitdrukt in de wijze waarop de natuur wordt verwoord of wordt aangewend. In de wijze waarop de natuur verwoord of aangeduid wordt is er vaak sprake van een subtiel psychologisme.

4.2.6 Aristocratisme als ontologische eigenschap van kunst én volkskunst

In dit verband moet ingegaan worden op het wezen van creativiteit, omdat creativiteit als een rode draad door alle sferen van de volkskunst loopt. In de Russische filosofie wordt gesproken van de scheppingsdaad als een manifestatie van aristocratisme. Dit geldt uiteraard niet voor volkskunst alleen, maar geldt echter in gelijke mate ook voor folklore. Het begrip aristocratisme dient hier te worden opgevat als zuiver filosofische, niet als sociaal-historische of zelfs kunsthistorische term in de zin van verheven verfijning. Russische filosofen, onder wie Nikolaj Berdjajev (1874 – 1948), stellen dat iedere creatieve daad een statement is van een onafhankelijke, vrije persoonlijkheid. Zonder vrijheid – waarbij onder vrijheid niet zozeer politieke of fysieke vrijheid, maar bovenal innerlijke vrijheid wordt verstaan – en zonder persoonlijkheid is er geen kunst en creativiteit mogelijk. Volkskunst is zo bezien eveneens een manifestatie van vrije persoonlijkheden met een duidelijk omrande identiteit. In het geval van de Russische folklore wortelt die identiteit in eeuwenoude tradities en leefregels die door hun continuïteit en gezag een welhaast sacrale status hadden binnen de Russische boerenwereld. Het voorgaande in aanmerking nemende is het dan ook geen toeval, sterker, het is zelfs geheel wetmatig dat de meeste sferen van de Russische volkskunst een even abrupt als dramatisch einde vonden in het jaar 1928 – het begin van de gedwongen en gewelddadige collectivatie van de Russische landbouw, die, zoals bekend, de vernietiging van de Russische boerencultuur betekende en die de boeren hun individuele vrijheid en hun identiteit ontnam.

Uit deze opgesomde punten komt een beeld naar voren van een rijke en hoog ontwikkelde folklore. Het is juist deze omstandigheid die de volkskunst een beduidende rol heeft laten spelen in de Russische cultuur zoals men die heden ten dage kent.

5.0. Russische folklore en de klassieke Russische cultuur

Het mag duidelijk zijn dat zij, die in Rusland vanaf het eind van de 18e eeuw folklore begonnen te verzamelen of zich tot de folklore wendden om inspiratie op te doen, of het nu gaat om schrijvers, componisten of kunstenaars, omringd waren door een traditionele leefwereld die hoegenaamd nog helemaal intact was. De belangstelling voor de volkscultuur, geïnspireerd door de Duitse Romantiek, viel samen met een tijd van grote culturele bloei en waarin de klassieke Russische cultuur zoals men haar nu kent tot stand kwam.

Het boegbeeld van de klassieke 19e-eeuwse Russische cultuur, Alexander Poesjkin (1799 – 1837), kreeg, zoals velen van uit die tijd, een op de West-Europese cultuur georiënteerde opvoeding, waarvan onder meer de Franse Verlichting, de Duitse romantiek en de muziek van Mozart vanzelfsprekend deel uitmaakten. Maar zoals bekend was Poesjkin ook een groot kenner en bewonderaar van Russische sprookjes en liederen en hij was dat zelfs in die mate, dat hij zelf sprookjes geschreven heeft. In hun hoedanigheid van literaire sprookjes staan ze enerzijds los van de traditionele volksprookjes, maar bij het schrijven ervan heeft hij wel bewust gebruik gemaakt van motieven en stijlmiddelen van de traditionele volksprookjes. Bij hoegenaamd alle Russische dichters kan men invloeden aantreffen uit de volkspoëzie: een specifiek metrum dat gebruikt is, bepaalde vertelprocédés uit de volkspoëzie, verwijzingen naar allerlei personages en motieven uit sprookjes of bylina’s. Hierbij kan men denken aan dichters uit verschillende perioden, onder anderen Lermontov, Mandelstam, Blok en Jesenin.

Van P. Tsjaikovski (1840 – 1893) is het bekend dat hij met zijn notitieboekje naar dorpen ging en luisterde naar wat daar gezongen werd en die aantekeningen verwerkte in zijn composities – en hij was zeker de enige niet.*9 In het oeuvre van onder anderen M. Moesorgski (1839 – 1881), A. Borodin (1833 – 1887), N. Rimski-Korsakov (1844 – 1908), M. Balakirev (1837 – 1910) en I. Stravinski (1882 – 1971) zijn onmiskenbare folklore-invloeden aan te wijzen. Meestal zijn die invloeden getransformeerd, want het gaat veelal niet om een simpelweg copiëren of ontlenen van concrete elementen uit defolklore, maar om het vatten van de geest van folklore, wat op een diepgaande kennis en affiniteit met folklore wijst en resulteert in meer geabstraheerde elementen uit de volksmuziek. Vele schilders hebben schilderijen gemaakt naar thema’s uit de folklore of met folklore-elementen, onder wie Il’ja Repin, Ivan Bilibin, Michail Vroebel, Viktor Vasnetsov, Boris Zvorykin. Veel bekende kunstenaars hebben illustraties of decorschetsen gemaakt voor balleten of opera’s die gebaseerd waren op sprookjes. Parallel aan deze praktijken werd vanaf de tweede helft van de 19e eeuw folklore een object voor wetenschappelijk onderzoek. Sinds die tijd bestaat er in Rusland een lange en respektabele traditie op het gebied van etnografie en folkloristiek. Men verzamelde en analyseerde niet alleen sprookjes, heldensagen, liederen e.d., maar ook werden al in deze tijd collecties van toegepaste en decoratieve volkskunst aangelegd. In deze situatie is tot op de dag van vandaag geen verandering gekomen. Een illustratief voorbeeld hiervan is Vladimir Propp (1895 – 1975), een van de grondleggers van de moderne structuralistische teksttheorie en folklorist, die veel geschreven heeft over Russische sprookjes (zijn bekende werk “De morfologie van het sprookje”) en Russische volkspoëzie.

5.1. Oorzaken van de verschillende betekenis van folklore in de Russische cultuur versus de Nederlandse

Uit het voorgaande moge duidelijk zijn geworden, hoe rijkgeschakeerd de Russische folklore was en hoe diepgaand zijn invloed is geweest. Het bovenstaande indachtig moet men tot de conclusie komen dat de Russische situatie ten zeerste verschilt van de Nederlandse: binnen het bereik van de Nederlandse cultuur kan van een dergelijke grote invloed van de eigen folklore op de eigen cultuur niet worden gesproken, zeker niet als men zich beperkt tot de laatste drie eeuwen. Voor deze omstandigheid zijn tenminste twee oorzaken aan te wijzen die direct met elkaar in verband staan; de eerste oorzaak is hoogst waarschijnlijk dat de folklore in Nederland in de afgelopen 200-300 jaar al te zeer was afgekalfd om van betekenis te kunnen zijn voor de “hogere” cultuur. Deze omstandigheid – en tevens tweede oorzaak – is terug te voeren op het reeds vermelde feit dat in veel West-Europese landen de moderniteit in de 18e-19e eeuw reeds haar intrede deed en daar ingrijpende veranderingen in samenleving en cultuur teweegbracht. In Rusland drongen moderne ontwikkelingen met aanzienlijke vertraging door, mede door de enorme afmetingen van het land, die een verspreiding van moderne ontwikkelingen eerder vertraagden dan versnelden. Fenomenen als industrialisatie, kapitalisme, verstedelijking, rationalisme en ontkerkelijking in Rusland pas aanzienlijk later hun tol gaan eisen. Zo leidde dit in de 19e eeuw tot een situatie met enerzijds een nog intacte, rijke folklore in Rusland en anderzijds een Nederlandse folklore die reeds veel van zijn vitale oorspronkelijkheid verloren had. In de Nederlandse situatie kon de volkskunst niet meer die rol spelen, die het in Rusland nog wel kon. Dit heeft geleid tot twee wezenlijk verschillende situaties.

Nogmaals moet er op gewezen worden dat een hoogontwikkelde folklore zeker niet alleen voorbehouden is aan Rusland. Datgene wat de relatie tussen Russische folklore en Russische cultuur evenwel haar bijzondere aard verleent is dat er zoveel afzonderlijke en uiteenlopende sferen uit de volkscultuur samenkomen in de “hoge” cultuur: spreekt men over de invloed van de folklore in de Russische cultuur, dan spreekt men én over muziek – zowel klassieke als lichte muziek, én over literatuur én over beeldende kunst én over toegepaste kunst én architectuur en dat alles vaak in de breedste zin van het woord.

6.0. Afsluiting

In het begin van deze lezing is aangetoond hoezeer de Nederlandse en Russische definities van folklore van elkaar verschillen en dat er gesproken kan worden van een pregnant onderscheid dat teruggevoerd kan worden op de betekenis en status die de folklore in beide gebieden heeft. In de Grote Van Dale wordt bijvoorbeeld zang niet expliciet genoemd als onderdeel van folklore, terwijl zang juist een van de wezenlijke onderdelen van folklore is en zeker van de Russische. Aan de hand van zang kan geprobeerd worden te verklaren waarom folklore in verschillende culturen een eigen rol speelt of juist niet speelt. Het gegeven dat er overal gezongen werd dan wel wordt, betekent niet vanzelsprekenderwijs dat volkszang overal hetzelfde is: er kan een verschil bestaan in geschakeerdheid en in de mate van ontwikkeling van die volkszang. Er zijn volkeren die bekend zijn om hun zangcultuur en er zijn volkeren die hierom minder of nauwelijks bekend staan. Het is de vraag of een land als Italië de bakermat had kunnen worden van de belcanto en de opera, als er geen hoogontwikkelde zangcultuur zou hebben bestaan onder het volk en zoals bekend heeft Italië een grote zangtraditie.

Men kan in zulke gevallen spreken van een piramidemodel: de “hoge” cultuur rust op een brede, solide basis die geworteld is in de volkskunst. De “hogere” cultuur heeft elementen in zich opgenomen uit de volkskunst en dat verschijnsel wordt – in elk geval in het desbetreffende land – als een vanzelfsprekend, natuurlijk verschijnsel beschouwd. Zo kunnen grote Italiaanse operazangers Napolitaanse volksliedjes zingen en niemand die zich daar laatdunkend over uit zal laten. En men vergete Fjodor Sjaljapin niet, die het zingen van Russische volkliederen beslist niet beneden zijn waardigheid vond.*10 Door allerhande ontleningen door de “hoge” cultuur aan de volkscultuur heeft de volkskunst bijna automatisch een bepaalde status en actualiteit. Tegen de achtergrond van zo’n omstandigheid ervaart men elementen uit de folklore niet als dissonant, als fremdkörper, maar worden deze eerder gezien als een stuk gezamelijk cultureel erfgoed dat een eigen, volwaardige plaats inneemt in het zelfbewustzijn en bijgevolg in de nationale cultuur. Anders geformuleerd: “hoge” cultuur en folklore zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Een dergelijk automatisme is evenwel niet voor elke cultuur, voor elk land in gelijke mate voor de hand liggend: het moge evident zijn dat een – door welke oorzaken dan ook – afstervende of minder rijke volkscultuur minder makkelijk kan fungeren als basis of inspiratiebron voor de schone kunsten. Daarmee is ook de status van de folklore in die cultuur een andere: in zo’n geval bevindt de eigen folklore zich in een ander register. Hier stuit men op een ingewikkeld samenspel van cultureel-antropologische bijzonderheden en cultureel-historische processen dat de houding ten opzichte van folklore in deze of gene cultuur bepaalt.

De verbazing aan Nederlandse zijde over de status van de folklore in de Russische cultuur heeft vloeit voort uit een Nederlands perspectief, waarbinnen volkskunst welhaast per definitie een andere positie heeft en andere associaties oproept dan in een Russische context. Voor een beter begrip voor de plaats die folklore inneemt in de Russische cultuur dient dat perspectief te worden verbreed en het beeld dat bestaat van volkskunst te worden verdiept.

Moskou, oktober 2010

Noten

*1 Al dan niet afgedaan als “Volendamse toeristenkitsch” op z’n Russisch.

*2 Men denke aan het ballet “De vuurvogel” op muziek van Stravinskij, men denke aan “Ruslan en Ljudmila”, “Sadko” van Rimskij-Korsakov, folklore-elementen in bijna alle Russische opera’s van Tsjaikovskij, Moessorgskij. Men denke aan arrangementen van volksliederen door Rachmaninov, Tsjajkovskij en Borodin, invloed van volksmelodieën in de muziek van Borodin. Men denke aan de doeken van Repin, Rerich, Vasnetsov, Vroebel, de illustraties van Bilibin en Zvorykin.

*3 Website Groninger Museum: “Russische sprookjes, volksverhalen en legenden”

*4 Dit is niet helemaal juist: in de 19de eeuw waren er veel Duitse kunstenaars die in hun werken teruggrepen op de oude Germaanse mythologie of de Duitse geschiedenis en daarbij gebruik maakten van folklore-elementen. Hierbij denke men aan de zg. Nazarenen, en met name Franz Pforr (1788 – 1812), Peter von Cornelius (1788 – 1867), Julius Schnorr von Carolsfeld (1794 – 1872) en Alfred Rethel (1816 – 1859).

*5 Website Gasunie n.a.v. de tentoonstelling in het Groninger Museum: “Russische sprookjes, volksverhalen en legenden”

*6 Hoewel de Wikipedia lang niet altijd als betrouwbare wetenschappelijke bron kan worden aangemerkt, reflecteren de verschillende Wikipedia’s de accenten die er in verschillende culturen gelegd worden; juist om deze reden is het gebruik van deze bron m.b.t. folklore gerechtvaardigd.

*7 Russische kunstkenners en etnografen hebben desgevraagd deze stelling bevestigd; alle “hoge” cultuur komt voort uit de volkscultuur en elke “hoge” cultuur is op haar eigen wijze tegelijkertijd een nationale cultuur omdat ze specifieke kenmerken heeft.

*8 Lucien Lévy-Brühl (1857-1939), Georges Gusdorf (1912 – 2000), Maurice Leenhardt (1878 – 1954), Gerard van der Leeuw (1890 – 1950)

*9 De Hongaarse componist Béla Bartók (1881 – 1945) had grote affiniteit met de oude Hongaarse volksmuziek en deed hetzelfde.

*10 Ook in Finland treft men deze situatie aan: bekende Finse operazangers, onder wie Martti Talvela (1935 – 1989), bekend om zijn rollen in opera’s van Wagner en Mozart en jarenlang vaste gast op de Bayreuther Festspiele, nam een cd op met Finse volksliederen.

Bronnen

Nieuw encyclopedisch woordenboek, uitg. Grote Russische Encyclopedie, Moskou, 2000

Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal, 2005

Mythe et Métaphysique, G. Gusdorf, Paris 1953

De primitieve mensch en de religie, G. van der Leeuw, Groningen 1952

Internetbronnen

http://www.nl.wikipedia.org/wiki/Folklore (versie tot 7 juni 2010)

http://www.ru.wikipedia.org/wiki/Фольклор

http://www.groningermuseum.nl/index.php?index=3812

http://www.gasunie.nl/nl/gu/gasunie-en-kunst/lezingen/er-is-eens-cirque-de-pepin

(c) 2010, 2013 B.Th. Lohmann